Selecteer een pagina

“Ik geloof niet in toeval, ik denk dat iets je toevalt.” Dat is wat Marc Moors van De Uitvaartstudio me zei toen ik hem een opmerkelijk verhaal vertelde. Marc is uitvaartregisseur en ik kan hem aanbevelen mocht je in de onfortuinlijke situatie komen dat je een uitvaart moet gaan regelen. Er wordt gedacht in mogelijkheden en wensen, zoals ook de belofte aan Lisette om haar bij te staan tot aan de oven. Ik zei haar dat ze niet bang hoefde te zijn, omdat ik haar volledig zou begeleiden. Tot haar allerlaatste aanwezigheid op aarde, in de door ons allen zo geliefde vorm, zou ik bij haar zijn. Ik grapte wel tegen haar dat ik het liefst naast haar zou gaan liggen in de oven, maar dat dit toch wel wat te warm voor mij zou zijn. Enfin nadat de uitvaartceremonie was beëindigd, reden we in petit comité naar het crematorium. De gasten werden intussen ontvangen voor een hapje en drankje tijdens de borrel in de Kersentuin van het complex, waar ook het afscheid had plaatsgevonden. Eenmaal aangekomen in het crematorium, werd Lisette met zorgvuldigheid naar de kelder gebracht waar ook de verbrandingsinstallatie is gesitueerd. Helaas wist ik maar al te goed welk trapje ik moest nemen om de ruimte te bezoeken, aangezien ik verleden jaar ook van de partij was toen Lucienne werd gecremeerd. Ik kende de procedure en wist dat er een genummerd steentje op de kist zou worden gelegd in verband met de identificatie achteraf.

Wat ik je, voordat we doorgaan over het steentje, wil vertellen is dat ik Lisette heb leren kennen tijdens een talentenjacht, waaraan ik meedeed als zanger. Ik zong in een duo en we imiteerden Simon and Garfunkel. Op 6 juli 1986 wenkte Lisette naar mij in Studio 54 en ik ging er maar al te graag op af. Zo raakten we voor de eerste keer in gesprek en ik was direct verliefd. Wat een mooi meisje en zo leuk in omgang! We hebben daarna verkering gekregen en na een jaar of vijf zijn we op 5 juli 1991 getrouwd. Lisette droeg een prachtige jurk van Pronovias en ik zorgde voor de Cadilac. Het was een van de mooiste dagen van ons leven, waar ik nu nog met weemoed aan terug denk. Omdat ik Lisette leerde kennen toen ze pas zeventien jaar oud was, had ze veel gemist van het leven dat anderen hebben die later vaste verkering krijgen. In 2004 besloot ze bij me weg te gaan en deed dat symbolisch op 4 juli. Iets wat overigens maar twee weken heeft geduurd. Het bleek toch dat we niet zonder elkaar konden 😉 Lisette had sowieso iets met zevens. Haar broer stierf op 20 januari 1996, een kleine zeven jaar later stierf haar vader in 2002, zeven jaar later stierf haar moeder in 2009 en weer zeven  jaar later stierf Lucienne op 12 augustus 2016. Lisette zei eerder al dat er in 2016 iemand zou gaan sterven, we wisten alleen nog niet wie. Het was een soort van bijgeloof. Ze vond dat ze de zeven jaren cyclus moest doorbreken, maar stierf uiteindelijk toch in een jaar waar ook weer de zeven in zat.

Nu, nadat ze terug was gekomen van de laatste gastroscopie in het Antoni van Leeuwenhoek en de artsen wederom geen oplossing konden bieden betreffende het eet- en drinkprobleem, wilde Lisette ervoor kiezen om eerder dan gepland het aardse leven los te laten. Toch had ze er grote moeite mee en vroeg me herhaaldelijk op allerlei manieren om goedkeuring. Ik wilde zelf nog eerst proberen, als het toch geen ziekte was, om via bijv oorbeeld het Klinikum in Aken te kijken of er nog mogelijkheden waren. Lisette was hierover geregeld boos op mij, aangezien dat getuigde van egoïsme mijnerzijds en het voor haar geen ziekte hoefde te zijn om afscheid te nemen. Ze hield het allemaal niet meer vol, het was uitzichtloos geworden en ze had totaal geen kwaliteit van leven meer. Iets  dat ik schoorvoetend moest accepteren en daarom voor stelde om als ze dan toch eerder wilde gaan om dat symbolisch op 7 juli 2017 te doen, omdat dat in lijn zou liggen met onze eerdere data van scharniermomenten, 4,5,6 en dan nu 7 juli. Het was ook wel toepasselijk want hier kwamen de zeven jaren weer in terug, 7-7-2017.

Ten tijde van de naderende datum voelde Lisette nog niet dat ze er klaar voor was. Ook zij had inmiddels alle hoop gevestigd op de Duitste artsen. Nu terug naar het afscheid. Toen de, laten we hem maar executeur noemen, heer bij de oven het steentje erbij nam, keek hij naar het nummer en legde het gelijk terug, omdat hij het geen goed nummer vond. Hij pakte een nieuw blokje en zei: “Ja, dit is een goed nummer!” Ik vroeg hem het nummer aan mij te tonen en wat schertste onze verbazing, alsof het een laatste signaal van Lisette was, om te laten weten dat ze erbij was in een wellicht andere dimensie. 77017. Ik kreeg gelijk rillingen over me heen. Zou ze me willen laten weten dat het goed was zo? Ik geloof het wel, want dat is een van de dingen waar ik me aan vast kan klampen. Zoals internist Voogt in Heerlen ooit zei, toen beide zussen ziek bleken te zijn en ik de causaliteit zocht: “Dit is toeval, maar wel een bizar toeval.” Uiteindelijk was het dat niet maar een deletie in de opbouw van het CDH1-gen. Wat zou het nu zijn geweest? Lisette? Ik hoop het.




Het woord toeval bestaat slechts omdat onze hersenen te klein zijn om alle samenhangen te begrijpen. – Dick Hellenius

Share This