Selecteer een pagina

Of het door mijn vele denken komt of door de gesprekken met mijn psychologe, een uiterst pientere dame, ik kom er steeds meer achter dat alles wat ik doe gebaseerd is op vluchten van de werkelijkheid. Ik kan alleen maar aan Lisette denken, een intens verlangen om bij haar te zijn.

Ik kan het niet accepteren dat ze er niet meer is. Het is gebeurd, dat weet ik, maar tegelijkertijd is ze er gewoon. Ik heb het gevoel dat ik haar moet zoeken. Ik rijd langs onze oude adressen en kijk ernaar alsof ze misschien op die plek zou kunnen zijn. Ik leef door de dag en hoop dat ze ’s middags gewoon thuiskomt. Ook haar hondjes liggen voor de deur, elke dag om 15.30 uur. Maar de auto die we vroeger hoorden, klinkt niet meer en ook de deur blijft gesloten, hoe sterk we er ook naar luisteren en kijken.

Ik ben veranderd van een man in pak naar een man als een onopgemaakt bed. Alles gebeurt langs me heen. Het interesseert me niet wat mensen van me denken, ik (over)leef in mijn eigen wereld. Ik voel me verdoofd en als iemand te dichtbij komt, dan sluit ik me op in mijn eigen cocon. Ik weet dat ik in de realiteit moet stappen, maar wat heeft dat voor een zin? Het leven is leeg en bijna zinloos zonder Lisette. Natuurlijk moet ik er zijn voor mijn kinderen, maar het maakt het er allemaal niet eenvoudiger op. Vooral als je weet dat je toch niet meer gelukkig kunt worden. Lisette hoopte dat wel, maar ik voel van niet. Dit is echt het ergste wat ik tot nu toe heb moeten doorstaan. Niet alles in het leven gaat over rozen en daar leer je mee om te gaan, maar dit is ontwrichtend. Dit kan toch niet, dit mag toch niet. Het hoort gewoon niet dat Lisette, in de bloei van haar leven, bij volle verstand aan de huisarts moet vragen om een einde te maken aan haar leven. Dat wij van haar afscheid moeten nemen, terwijl we dat helemaal niet willen. En laten we Lucienne niet vergeten, bij wie we dit al een jaar eerder meemaakten. Ik kom er met mijn verstand niet bij, het is gewoon niet eerlijk. Maar ja, wat is dat wel.

Ik schrijf mijn verhaal overigens op om herkenningspunten en steun te bieden aan lotgenoten, de achterblijvers. Ook kan het zijn dat ik wel eens in herhaling val. Neem me dat niet kwalijk. Ik vergeet namelijk bijna alles. De continu aanhoudende emotionele stress begint zijn tol te eisen. Onlangs zijn er bij mij nierstenen gevonden en dat verklaart ook de koliekpijnen die ik ervaar. Eigenlijk ben ik er wel blij mee. Ik kan zo een goede voorstelling krijgen van de koliekpijnen van Lisette, ofschoon ik wel denk dat die van haar veel erger waren.

De uroloog heeft geprobeerd om de steen in de linker urineleider, ik heb ze vanuit beide nieren, het eerst te vergruizen. Dit deed echter zo veel pijn dat ze zijn gestopt met de behandeling. Ik gaf aan dat ik het nog wel aandurfde (ik moest aan Lisette denken, hoe ze zonder verdoving de leverpunctie doorstond en dat kon ik natuurlijk ook, vond ik zelf), maar de arts vond het niet verantwoord en gaat in augustus opereren.
Ik kom dan voor het eerst in mijn leven in het ziekenhuis te liggen. Ik heb gekozen voor volledige narcose, want op deze manier kan ik meemaken wat Lisette vaak heeft moeten doorstaan. Op de een of andere manier heb ik dan het gevoel dat ik dichter bij haar ben, of beter gezegd dat ik haar misschien terug vind tijdens de narcose en dat ik dan even met haar kan praten over hoe Yasmin en ik het eerste jaar hebben doorleefd en dat zij mij kan bijpraten over wat ze tot nu toe in haar reis heeft meegemaakt. Ik verheug me er zo op om haar terug te zien, al is het maar voor die 45 minuten.

 

Then you know, the only way out is through.. – The only living boy in New York

Share This