Selecteer een pagina

Het is nu bijna twee weken geleden dat Lisette ons heeft moeten verlaten. Er is echter geen seconde dat ik niet aan haar denk. Ze blijft in mijn hoofd malen in alles wat ik doe. Dat zal ook wel een tijd zo blijven, ik weet het allemaal, maar wat doet dit een pijn. Ik werd op de dinsdag na het overlijden van Lisette gebeld door dr. Warmerdam, het was ’s avonds rond twintig over tien, een opmerkelijk tijdstip. Ook zij dacht aan ons en belde desondanks maar even. Ik vertelde over de laatste dag van Lisette en hoe zij ’s nachts om vier uur mij vroeg om, om acht uur, de huisarts te bellen. Ik zei: “Kunt u zich voorstellen, ze voelde zich zo miserabel dat ze voor de dood heeft moeten kiezen.” Het was even stil, waarop Fabienne zei: “Er was geen keuze Rob, zij had geen keuze.” Ze zei dat ze het intern nog over Lisette hadden gehad en dat ze nog nooit een patiënt hadden meegemaakt die tot zo diep in de ziekte bleef knokken. Lisette was volgens haar ook zonder de sedatie datzelfde weekend gestorven. Dr. Warmerdam is een lieve meegaande arts, maar wel altijd kritisch en eerlijk. We wisten dat dit eraan zat te komen, maar ik probeerde er zo min mogelijk aan te denken. Soms als Lisette erover begon hield ik demonstratief mijn oren dicht en zei ik dat ik het niet wilde horen. Zo hoefde ik er niet mee om te gaan en kon ik mij volledig richten op de eventuele oplossingen, die Lisette hadden kunnen genezen. Nu denk ik, ik had misschien beter naar Lisette moeten luisteren, die keer op keer aangaf dat ze heel erg ziek was. Maar ook zij vond het vreselijk voor ons om ons achter te moeten laten.

Direct na het overlijden wist ik wat me te doen stond. Lisette had samen met mij een compleet draaiboek gemaakt. Nu stond ik er echter alleen voor. Ze lag daar, stil. ’s Nachts toen iedereen was vertrokken, heb ik haar nog wel de laatste blog voorgelezen en daags erna nog de reacties. Dat deden we altijd samen. Ofschoon ze niets meer terug zei, had ik nog wel het gevoel dat we op de een of andere manier verbonden waren. Ik streelde haar door haar haar en zei dat ik er alles aan zou doen om haar het door haar gewenste afscheid te verzorgen en dat ze zich geen zorgen om Yasmin en mij hoefde te maken.

Onze uitvaartverzorgster was op vakantie, dus moest ik uitwijken naar een door haar aanbevolen uitvaartregisseur. Dat is iemand die meehelpt de uitvaart vorm te geven zoals je dat zelf wenst. Geen geleuter over wat allemaal niet kan, maar juist kijken wat wel mogelijk is. Nog dezelfde avond zat ik aan tafel met Marc en werd het plan van Lisette doorgenomen. Even later werd Lisette thuis verzorgd en opgebaard. Ze had me precies uitgelegd hoe ik haar moest leggen, hoe de handen te vouwen en welke kleding ze graag wilde dragen. Het was het setje, dat ze ook droeg op de crematie van haar zus, volledig in het zwart. Zo wenste ze ook de directe familie in het zwart. Yasmin en Cassidy hebben haar mooi gemaakt en ik heb de haren verzorgd. Haar laatste zin in de brief waarin ze alles had opgesomd luidde: “Maak me mooi hihi.” Ik had haar beloofd dat ze na haar heengaan gewoon thuis zou blijven. Dat ze niet afgevoerd zou worden in een zwarte zak met rits. Dit hadden we gezien bij haar moeder en bij Luce en dat vonden we verschrikkelijk. Lisette zou thuis blijven en zou worden opgehaald door een statige rouwauto om uiteindelijk te worden gebracht naar de Manegezaal van Auberge de Rousch.

Gelukkig hadden we al vanaf september de tijd genomen om foto’s en filmpjes te zoeken, die ze graag in de presentatie wilde en wist ze precies hoe ze alles gestalte wilde geven. In het begin gingen we nog uit van een ceremonie in het crematorium, maar na een gesprek met Lilian, onze oorspronkelijke uitvaartverzorgster, werd duidelijk dat ook onze trouwzaal in de Auberge de Rousch tot de mogelijkheden behoorde. Dit zou fijn zijn omdat, zoals Lisette aangaf, we daar ooit begonnen zijn en het nu ook daar zouden kunnen afmaken. Ze had er echter geen goede voorstelling van en het moest ook maar kunnen op de betreffende dag. Gelukkig was het allemaal geen probleem op de betreffende woensdag. Vervolgens was onze bloemist op vakantie en moest er een alternatief worden gezocht. Ik denk dat ook dit goed gelukt is.

Lisette wist dat het voor mij moeilijk zou worden en had daarom haar beste vriendin Josta gevraagd om mij een handje te helpen. Normaal doe ik alles zelf, maar nu was de hulp wel heel erg fijn. Voordat ik het wist kwam ook Pascal, haar directe collega en de rest van de familie meehelpen. Josta begeleidde me van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Van de drukker tot het bloemstuk, de rozen, de zaal en de aankleding nam ze me aan de hand. Ook Pascal was er constant om mee te helpen, zo werd het bezoek aan Lisette netjes gedirigeerd, zoals Lisette dat had aangegeven. Er werd samen met de familie een verhaal gemaakt door Nelly van Montfort, onze spreker. Zij had al eerder mijn vader en ook Lucienne een dienst bewezen. Het was een lange middag, maar het heeft een mooi levensverhaal gebracht.

Elke dag dat Lisette thuis lag, spookte de gedachte door mijn hoofd om even naast haar te gaan liggen. Niet zoals je dat normaal doet, maar gewoon op het open stuk naast haar liggen. Dit ging echter niet omdat ze op een vriesplaat lag en ze warm zou worden, wat de kans op vlekken op haar lichaam zou doen toenemen. Ik wist dat ze er mooi bij wilde liggen, dus was mijn idee uitgesloten. Maar zo nu en dan streelde ik haar wel, kuste haar op haar lippen en voorhoofd en wist ik dat dit de laatste keer zou zijn dat ik mijn vrouw zou kunnen aanraken. Het klinkt misschien raar en voor een ander luguber, maar voor mij lag daar gewoon mijn Lisette, het meisje dat ik ooit leerde kennen en waarmee ik eenendertig jaar had doorgebracht. Het was ook de vrouw die er, tot diep in de ziekte, alles voor over had om maar bij ons te blijven. Juist zij verdiende dit respect. De laatste morgen, voordat ze van uit het bed in de kist werd gelegd, heb ik toch een half uur genomen om naar haar te gaan liggen en heb ik alleen maar naar haar gekeken. Ondanks dat de tijd haar begon in te halen, kon ik alleen maar mooie dingen in haar herkennen. Ik ben blij dat we de kist pas op een heel laat moment hebben laten komen, omdat ik nachtmerries heb gehad over hoe ze hierin zou liggen. Toch lag ze er gracieus bij en hebben we haar voor eeuwig gesloten. De auto was intussen gearriveerd en samen deden we haar geleide naar onze trouwzaal. Lisette vond het zo erg dat ze dit allemaal niet meer kon meemaken. Maar als ze dit wel heeft kunnen zien, zal ze zeker tevreden zijn geweest.

Tijdens de ceremonie zelf heb ik geprobeerd om alles in me op te nemen. Het was een emotionele gebeurtenis met toespraken van Rosita, het buurmeisje, Melanie en Cassidy, haar nichtjes en onze dochter Yasmin in de vorm van een eigen lied. Ook zong haar nichtje Joelle een liedje dat Lisette en Lucienne op Luce’s laatste dag samen hadden geluisterd en dat voor altijd hun liedje zou worden. De entourage was prachtig en we hadden niet beter kunnen wensen. Onze familie, vrienden en kennissen , maar ook veel collega’s waren aanwezig. Lisette was dol op haar collega’s en vond het verschrikkelijk, dat ze hen al zolang had moeten missen. Het was ontroerend toen zij ieder voor zich een roos brachten en hiermee de lege vazen aan beide zijden van Lisette vulden. Ook haar baas Wout en zijn assistente Pascal gaven het treffend aan: “Berner verliest vandaag een zeer dierbaar en fantastisch familielid .”

Na de borrel en veel bijpraten met mensen,die je al een hele tijd niet hebt gezien, ga je naar huis en wordt je de eerste dagen nog gepamperd door familie en vrienden. Maar daarna is er de grote leegte. Het besef dat ze er nooit meer zal zijn, dat ik de rest van mijn leven zonder haar moet doorbrengen, begint nu pas beetje bij beetje door te schemeren. Ik mis haar stem, luister oude WhatsApp berichtjes af. Ik mis haar lach en kijk naar foto’s. Zo hoop ik dat de dag snel voorbij gaat. Ik begrijp Lisette nu heel goed toen ze elke avond zei dat er gelukkig weer een dag voorbij was en dat ze weer opkeek naar de volgende. Bijna elke avond drink ik koffie met  Jan, de man van Luce en lotgenoot en iedere keer kijken we elkaar aan en denken we hetzelfde. Hoe zijn we in hemelsnaam in deze nachtmerrie terecht gekomen..

 

 

Share This