Selecteer een pagina

En nu… de marathon

Marathon Eindhoven 2017

Het is ondertussen tien weken geleden dat Lisette, gedwongen door de ziekte, afscheid van ons moest nemen. Ons hele leven staat volledig op zijn kop, In de eerste dagen ben je druk bezig en wordt je geleefd; er moet immers van alles geregeld worden. Maar naarmate de weken verstrijken wordt het steeds stiller. De leegte, die Lisette achterlaat, wordt steeds meer voelbaar. Ik ben omringd met hele lieve mensen, die mij op zijn tijd proberen te troosten of mij uitnodigen om samen een hapje te eten, het theater te bezoeken of gewoon een film te kijken. Toch blijf je eenzaam, al ben je met je vrienden. Er is een leegte ontstaan, die niemand, behalve Lisette, kan vullen.

Er zijn verschillende manieren waarop achterblijvers daarmee omgaan, zo zie je dat vrouwen graag willen praten,  mannen juist meer gaan werken of sporten, terwijl jongeren meer het uitgaanscircuit ingaan. Wat ik heb gemerkt is dat ik Lisette probeer te vinden. Ik vlucht van de thuissituatie, rijd doelloos rond en heb het gevoel dat ze ergens is en elk moment thuis kan komen. Als ik maar lang genoeg zoek of wacht, zal ze vanzelf een keer vinden of zal ze door de voordeur komen lopen. Ik probeer zoveel mogelijk alles in stand te houden. Haar kleding hangt netjes op soort en kleur bij elkaar, haar spullen liggen nog steeds in haar kasten, alsof ze elk moment de behoefte kan hebben om deze weer te gebruiken. Van haarlak tot parfum enzovoort. Intussen onderhoud ik alles, want dat wilde ze graag. “Zorg je er goed voor, het zijn immers ook mijn spullen”, zei ze dan. Het is nog te moeilijk om dingen te veranderen of, laat staan, weg te doen. De spullen zijn het enige fysieke dat nog rest van Lisette. Wegdoen hiervan voelt het zelfde als het verder afscheid nemen van Lisette.

Om zo dicht mogelijk bij haar te zijn is ook het idee van de halve marathon ontstaan. Door te trainen op de vertrouwde dagen op de baan en de verschillende duurloopjes later in de week, lijkt het alsof ons oude leventje gewoon doorgaat. Ik neem gewoon haar rol over en heb het idee dat ze dicht bij me is. Normaal gaan veel dingen verwateren na een overlijden, maar op deze manier blijft alles in stand. Ik heb zelf het idee dat mijn gedrag niet helemaal normaal is, maar volgens de psychologe is er niets aan de hand, Zij geeft aan dat dit heel gewoon is, in deze fase, na zo een groot trauma.

Ik zie al weken het beeld voor me dat Lisette stopt met ademen en het laat me niet los. Ik weet dat ze niet verder kon, het ging niet meer, maar dit had ze niet verdiend, voor zover je dat überhaupt  zo kunt benoemen. Wat het vreselijke is bij Lisette, is dat ze, doordat ze het ziekteproces van Lucienne van dichtbij had meegemaakt, nu precies wist wat haar op welk moment te wachten stond en dat ze als een vorm van aftellen kon volgen wanneer ze zou komen te overlijden. Ik merk bij mezelf dat die pijn steeds meer plaats krijgt in mij. Ik heb geen dromen meer, ik (over)leef van dag tot dag en niets kan me nog interesseren. Als je geen dromen meer hebt, heb je ook niets meer om voor te leven, dus moet je steeds nieuwe doelen blijven stellen.

Tijdens het hardlopen heb ik gemerkt dat, als ik het maar vaak genoeg doe, het zoveel pijn kan doen, dat ik de pijn van de leegte en het steeds terugkerende beeld van Lisette’s doodstrijd even kan vergeten. Ik heb nu het plan opgepakt om samen met Katleen, nu ook mijn loopmaatje, de hele marathon van Rome te gaan lopen. Dit ligt mooi in het verlengde van hetgeen Lisette en ik uiteindelijk wilden; de marathon van New York lopen. Rome kan een mooie voorbereiding zijn in 2018, om daarna in 2019 te kwalificeren voor de marathon in New York. Intussen hebben we de halve marathon in Eindhoven gelopen, het was een prachtige beleving. We liepen niet op tijd, maar voor de eer. Op de route stond zoonlief met zijn gezin en moest ik hen even begroeten, iets wat ik naderhand beter niet had kunnen doen want dat was net te veel van het goede. Ik was rond die tijd al flink uitgeput. Katleen vertelde me onderweg waar Maurice, hun toenmalige haas, vertelde dat ze moesten versnellen. Ik  kon me herinneren dat Lisette daar ergens moet zijn afgehaakt, tenminste zoals ze dat later vertelde. Ik liep op het einde door een smal straatje met veel cafeetjes en rijen dik publiek en ik herkende het beeld gelijk. Ik zag mezelf er tussen staan anno 2015, samen met Yasmin en Pascal, haar collega. Ik kreeg het koud en hoorde weer wat we toen riepen…”Kom op Lisetje!!”

Katleen en ik hadden afgesproken om rennend over de finish te gaan met de armen omhoog, tenminste dat was de hoop. De eerste tien kilometer ging het goed, daarna ging het nog redelijk tot 14,8 kilometer en toen zakte ik in door verzuring. Rond kilometerpaaltje 18 was het meer kruipen dan lopen, en heb ik de laatste drie kilometer op het tandvlees -lees karakter- gelopen. Uiteindelijk bij de finish werden we warm onthaald door onze clubleden, die zelf een mooie PR (persoonlijk record) hadden neergezet, maar ook door de ouders van Katleen, mijn neef Marcel, die zelf had gelopen ter ere van Lisette, Lisette’s  vriendinnen en mijn kinderen. Ik zag de finish van veraf, Katleen maakte me erop attent, zoals ze dat met alles deed tijdens de race, en dacht nog even en ik ben binnen, ik ben er van af. Terwijl we met onze armen omhoog over de finish kwamen riep mijn schoondochter hard door de boxen “Goed zo Robbie!” Eindelijk het was klaar, ik had wat ik wilde, de felbegeerde medaille. Niet zozeer voor mezelf, maar wel om hem thuis aan Lisette te kunnen geven. We hebben hem binnen Lisette, je hebt hem in de pocket.
Ich trag’ dich bei mir, bis der Vorhang fällt…. Herbert Gronemeyer – Der Weg

Eindelijk thuis

Tijdens de diverse opnames in de verschillende ziekenhuizen is me een ding duidelijk geworden, Lisette wilde altijd snel naar huis. Zodra er geen uitzicht meer was op verdere onderzoeken en ze het gevoel had dat ze alleen haar tijd verkwistte, wilde ze terug naar haar paleisje. Zo omschreef Lisette ons stulpje ook toen ze me zei dat ze het zo erg vond dat ze niet alleen afscheid moest nemen van ons en de kring om ons heen, maar ook van haar huisje. Hier voelde ze zich warm en comfortabel. Ze zei vaker, als ik in een ziekenhuis lig moet ik vaak om alles vragen en moet ik eerst de zuster oproepen om vervolgens een half uur te wachten op antwoord. Als ze iets aan mij zou vragen kreeg ze de zorg gelijk en in de door haar zo belangrijke omgeving. Toen Lisette werd gecremeerd sprak ik nog even met de exploitant van het crematorium en hij zei dat ik haar de volgende dag al zou kunnen krijgen als de wet hier niet tussen zou staan. Hij zou haar een maand moeten opslaan, dit omdat mensen dan meer tijd hebben om een bestemming van de as te overwegen, maar ook omdat de officier van justitie dan nog een eventueel onderzoek zou kunnen starten.

In de weken na de crematie heb ik hier vaak aan gedacht en wist dus ook dat Lisette zeker geen dag langer in het crematorium zou hebben willen liggen dan noodzakelijk. Ik verwachtte haar dus op 10 september te kunnen halen. Na contact te hebben gehad met het crematorium was de eerstvolgende mogelijkheid 14 september. Eenmaal aangekomen belde ik aan en wist niet wat ik kon verwachten. De uitbater had nog een lopend telefoongesprek en vroeg me even te wachten op de gan. Hier stonden allerlei urnen en andere mogelijkheden om de as van Lisette een mooie bestemming te geven. Even later werd ik uitgenodigd in de spreekruimte en daar stond ze. Een zwarte kunstof urn met zo’n kleine 3 kilogram aan lichaamsgewicht.  Het klinkt misschien raar maar het gaf me gelijk het gevoel weer samen te zijn met mijn meisje. Ze kon weliswaar absoluut niets meer, was in een andere staat dan tijdens de opbaring of bij leven, maar gevoelsmatig blijven we sterk verbonden. Nu al helemaal, nu ze volledig is overgegeven aan mijn zorg en koestering. Ik was blij dat ik haar weer kon aanraken, al was het in een  andere vorm, maar de totale leegte kon zich toch weer iets vullen met de blijvende aanwezigheid van Lisette, of althans wat er van haar over was.

Ik vroeg nog of het Lisette in de urn was of ook kleding of kist. Naar nu bleek  blijft alleen het skelet over door de hoge temperatuur in de oven plus wat schroeven, die later bij de zeving worden verwijderd. Alle hout enzovoort verbrandt volledig. Toen schoot me ineens te binnen dat Lisette in 1985 en 1988 was geopereerd aan beide kaken en dat daar chirurgisch staal in was verwerkt. Als we hadden geweten dat dit op verzoek meegegeven had kunnen worden was ze meer compleet geweest. Helaas hebben we aan veel gedacht, maar aan dit niet. Dat vind ik jammer achteraf. Een kleine troost is dat de crematoria dit afvalijzer verzamelen en verkopen en dit schenken aan goede doelen.

Na afscheid te hebben genomen van de aardige heer ben ik voldaan, samen met mijn vrouw, naar de auto gelopen.  Ik heb haar zorgvuldig achter de veiligheidsriem vastgeklikt en ben met haar naar huis gereden. Ik had haar eerder, voor haar overlijden, gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn dat ze in een vergeten hoek zou worden geplaatst. Ik zou haar overal mee naar toe nemen zodat ze overal bij kon zijn, ze zou immers veel te vroeg overlijden en moest nog zoveel meemaken. Eenmaal thuis aangekomen heb ik Lisette daarom eerst maar eens tussen de kussens in de bank gezet. Eindelijk na een maand was ze weer thuis en ik  minder eenzaam.

 

 

Nog één keer over de streep

Papa en mama gaan samen op pad

Vandaag is het 21 dagen geleden dat Lisette stierf. Voor mij stopte op dat moment de tijd; een groot deel van mij stief met haar mee. Terwijl anderen de draad weer oppakken, blijf ik hangen in dat moment. Ik weet dat je van alles moet ondernemen om daar weer uit te komen en dat doe ik ook, maar hoe harder ik wegkijk van de situatie, hoe harder ik de klap terug krijg. Het helpt dus weinig.

Ik had het hier vaker over met Lisette, over wat ik zou kunnen doen om te leren omgaan met het gemis. Lisette wist dat ik het moeilijk zou gaan krijgen, zij kende mij als geen ander en wist ook hoezeer ik aan haar gezelschap gehecht was geraakt gedurende de 31 jaar samen. Ze gaf van allerlei tips en soms barstten we uit in tranen, omdat we al voelden hoe het zou zijn als zij niet meer verder kon leven en ik verder moest leven, maar zonder haar. Ze voelde zich bijna schuldig en zei dan: “Als ik er niet meer ben, ga dan rennen.” Ze zei dat ik bij Achilles Top, haar atletiekvereniging, moest gaan en dat dat goed voor mij zou zijn. Ik zou dan weer onder de mensen komen en leuke dingen meemaken. Ik zei dan dat ik toch echt een wielrenner was en dat rennen haar ding was. Wel beloofde ik haar dat, als ze nog zou leven, ik met haar naar de halve marathon in Eindhoven zou gaan kijken. Lisette wist gelijk dat 8 oktober 2017 geen haalbare kaart zou zijn. Ik vertelde haar dat als ik zelf aan de wedstrijd zou deelnemen, zij bij me zou zijn. Ik zou haar as bij me dragen. Ze zal wel gedacht hebben dat ik het goed bedoelde, maar dat daar toch niets van zou komen. Ik was immers al te moe als ik naast Lisette had gefietst, wil zwijgen dat ik het zelf zou moeten hardlopen.

Om toch te proberen het piekeren van me af te zetten, heb ik nu het plan opgepakt om de komende Marathon van Eindhoven mee te lopen ter ere van Lisette en wel de halve marathon. Lisette weet dan weliswaar niet dat ik deze wedstrijd ga lopen maar ze heeft wel nog geweten dat ze bij me zou zijn. Voor mij is het een soort van afsluiting van het feit dat Lisette trainde voor deze wedstrijd, maar de kans niet meer heeft gekregen om het af te maken.

Probleem is alleen hoe je zoiets aanpakt. Ik heb in het verleden wel gerend, maar dat is lang geleden. Daarnaast heeft de ziekteperiode van Lisette gewerkt als een zeef met grote gaten. Mijn conditie is beneden alle peil en ik heb precies 44 dagen om de klus te klaren. Elk gezond denkend mens verklaart me voor gek, maar voor mij is het een uitdaging, zoals de velen die ik met Lisette ben aangegaan. Ik heb het gevoel dat ze met me meerent; een stemmetje die me zachtjes aanmoedigt richting ons einddoel 21,1 km. De vrienden van Lisette bij Achilles Top zijn al  enthousiast en steunen me volledig. Kathleen, de vrouw van mental coach Maurice, is nu mijn trainer en zij stuurt me als een baas met haar hond aan de lijn. Ik wil te veel, te snel.

Kathleen verloor haar man Maurice in juli aan de gevolgen van een hersentumor. Maurice was nog pas in november 2016 gediagnosticeerd en had nog in de marathon van Frankfurt met het shirt ter ere van Lisette gelopen, toen het noodlot ook hem trof. Maurice, Kathleen en Lisette waren een rentrio. Vaak fungeerde Maurice als haas en volgden Lisette en Kathleen het tempo van de kenner.  Nu is alleen Kathleen over en heb ik het geluk dat ik met deze kanjer mag trainen. De wedstrijd zelf vindt plaats op zondag 8 oktober. We zijn van plan om in de speciale shirts te lopen ter ere van Lisette en Maurice. Ik zal de as van Lisette bij me dragen en zal als het mogelijk is een extra rugnummer dragen, zodat Lisette nog één keer haar passie kan volgen, nog één keer over de streep. Dat was haar doel voordat ze werd gediagnosticeerd en heel haar wereld in duigen viel.

Toeval of valt het je toe?

“Ik geloof niet in toeval, ik denk dat iets je toevalt.” Dat is wat Marc Moors van De Uitvaartstudio me zei toen ik hem een opmerkelijk verhaal vertelde. Marc is uitvaartregisseur en ik kan hem aanbevelen mocht je in de onfortuinlijke situatie komen dat je een uitvaart moet gaan regelen. Er wordt gedacht in mogelijkheden en wensen, zoals ook de belofte aan Lisette om haar bij te staan tot aan de oven. Ik zei haar dat ze niet bang hoefde te zijn, omdat ik haar volledig zou begeleiden. Tot haar allerlaatste aanwezigheid op aarde, in de door ons allen zo geliefde vorm, zou ik bij haar zijn. Ik grapte wel tegen haar dat ik het liefst naast haar zou gaan liggen in de oven, maar dat dit toch wel wat te warm voor mij zou zijn. Enfin nadat de uitvaartceremonie was beëindigd, reden we in petit comité naar het crematorium. De gasten werden intussen ontvangen voor een hapje en drankje tijdens de borrel in de Kersentuin van het complex, waar ook het afscheid had plaatsgevonden. Eenmaal aangekomen in het crematorium, werd Lisette met zorgvuldigheid naar de kelder gebracht waar ook de verbrandingsinstallatie is gesitueerd. Helaas wist ik maar al te goed welk trapje ik moest nemen om de ruimte te bezoeken, aangezien ik verleden jaar ook van de partij was toen Lucienne werd gecremeerd. Ik kende de procedure en wist dat er een genummerd steentje op de kist zou worden gelegd in verband met de identificatie achteraf.

Wat ik je, voordat we doorgaan over het steentje, wil vertellen is dat ik Lisette heb leren kennen tijdens een talentenjacht, waaraan ik meedeed als zanger. Ik zong in een duo en we imiteerden Simon and Garfunkel. Op 6 juli 1986 wenkte Lisette naar mij in Studio 54 en ik ging er maar al te graag op af. Zo raakten we voor de eerste keer in gesprek en ik was direct verliefd. Wat een mooi meisje en zo leuk in omgang! We hebben daarna verkering gekregen en na een jaar of vijf zijn we op 5 juli 1991 getrouwd. Lisette droeg een prachtige jurk van Pronovias en ik zorgde voor de Cadilac. Het was een van de mooiste dagen van ons leven, waar ik nu nog met weemoed aan terug denk. Omdat ik Lisette leerde kennen toen ze pas zeventien jaar oud was, had ze veel gemist van het leven dat anderen hebben die later vaste verkering krijgen. In 2004 besloot ze bij me weg te gaan en deed dat symbolisch op 4 juli. Iets wat overigens maar twee weken heeft geduurd. Het bleek toch dat we niet zonder elkaar konden 😉 Lisette had sowieso iets met zevens. Haar broer stierf op 20 januari 1996, een kleine zeven jaar later stierf haar vader in 2002, zeven jaar later stierf haar moeder in 2009 en weer zeven  jaar later stierf Lucienne op 12 augustus 2016. Lisette zei eerder al dat er in 2016 iemand zou gaan sterven, we wisten alleen nog niet wie. Het was een soort van bijgeloof. Ze vond dat ze de zeven jaren cyclus moest doorbreken, maar stierf uiteindelijk toch in een jaar waar ook weer de zeven in zat.

Nu, nadat ze terug was gekomen van de laatste gastroscopie in het Antoni van Leeuwenhoek en de artsen wederom geen oplossing konden bieden betreffende het eet- en drinkprobleem, wilde Lisette ervoor kiezen om eerder dan gepland het aardse leven los te laten. Toch had ze er grote moeite mee en vroeg me herhaaldelijk op allerlei manieren om goedkeuring. Ik wilde zelf nog eerst proberen, als het toch geen ziekte was, om via bijv oorbeeld het Klinikum in Aken te kijken of er nog mogelijkheden waren. Lisette was hierover geregeld boos op mij, aangezien dat getuigde van egoïsme mijnerzijds en het voor haar geen ziekte hoefde te zijn om afscheid te nemen. Ze hield het allemaal niet meer vol, het was uitzichtloos geworden en ze had totaal geen kwaliteit van leven meer. Iets  dat ik schoorvoetend moest accepteren en daarom voor stelde om als ze dan toch eerder wilde gaan om dat symbolisch op 7 juli 2017 te doen, omdat dat in lijn zou liggen met onze eerdere data van scharniermomenten, 4,5,6 en dan nu 7 juli. Het was ook wel toepasselijk want hier kwamen de zeven jaren weer in terug, 7-7-2017.

Ten tijde van de naderende datum voelde Lisette nog niet dat ze er klaar voor was. Ook zij had inmiddels alle hoop gevestigd op de Duitste artsen. Nu terug naar het afscheid. Toen de, laten we hem maar executeur noemen, heer bij de oven het steentje erbij nam, keek hij naar het nummer en legde het gelijk terug, omdat hij het geen goed nummer vond. Hij pakte een nieuw blokje en zei: “Ja, dit is een goed nummer!” Ik vroeg hem het nummer aan mij te tonen en wat schertste onze verbazing, alsof het een laatste signaal van Lisette was, om te laten weten dat ze erbij was in een wellicht andere dimensie. 77017. Ik kreeg gelijk rillingen over me heen. Zou ze me willen laten weten dat het goed was zo? Ik geloof het wel, want dat is een van de dingen waar ik me aan vast kan klampen. Zoals internist Voogt in Heerlen ooit zei, toen beide zussen ziek bleken te zijn en ik de causaliteit zocht: “Dit is toeval, maar wel een bizar toeval.” Uiteindelijk was het dat niet maar een deletie in de opbouw van het CDH1-gen. Wat zou het nu zijn geweest? Lisette? Ik hoop het.




Het woord toeval bestaat slechts omdat onze hersenen te klein zijn om alle samenhangen te begrijpen. – Dick Hellenius

Leegte

Het is nu bijna twee weken geleden dat Lisette ons heeft moeten verlaten. Er is echter geen seconde dat ik niet aan haar denk. Ze blijft in mijn hoofd malen in alles wat ik doe. Dat zal ook wel een tijd zo blijven, ik weet het allemaal, maar wat doet dit een pijn. Ik werd op de dinsdag na het overlijden van Lisette gebeld door dr. Warmerdam, het was ’s avonds rond twintig over tien, een opmerkelijk tijdstip. Ook zij dacht aan ons en belde desondanks maar even. Ik vertelde over de laatste dag van Lisette en hoe zij ’s nachts om vier uur mij vroeg om, om acht uur, de huisarts te bellen. Ik zei: “Kunt u zich voorstellen, ze voelde zich zo miserabel dat ze voor de dood heeft moeten kiezen.” Het was even stil, waarop Fabienne zei: “Er was geen keuze Rob, zij had geen keuze.” Ze zei dat ze het intern nog over Lisette hadden gehad en dat ze nog nooit een patiënt hadden meegemaakt die tot zo diep in de ziekte bleef knokken. Lisette was volgens haar ook zonder de sedatie datzelfde weekend gestorven. Dr. Warmerdam is een lieve meegaande arts, maar wel altijd kritisch en eerlijk. We wisten dat dit eraan zat te komen, maar ik probeerde er zo min mogelijk aan te denken. Soms als Lisette erover begon hield ik demonstratief mijn oren dicht en zei ik dat ik het niet wilde horen. Zo hoefde ik er niet mee om te gaan en kon ik mij volledig richten op de eventuele oplossingen, die Lisette hadden kunnen genezen. Nu denk ik, ik had misschien beter naar Lisette moeten luisteren, die keer op keer aangaf dat ze heel erg ziek was. Maar ook zij vond het vreselijk voor ons om ons achter te moeten laten.

Direct na het overlijden wist ik wat me te doen stond. Lisette had samen met mij een compleet draaiboek gemaakt. Nu stond ik er echter alleen voor. Ze lag daar, stil. ’s Nachts toen iedereen was vertrokken, heb ik haar nog wel de laatste blog voorgelezen en daags erna nog de reacties. Dat deden we altijd samen. Ofschoon ze niets meer terug zei, had ik nog wel het gevoel dat we op de een of andere manier verbonden waren. Ik streelde haar door haar haar en zei dat ik er alles aan zou doen om haar het door haar gewenste afscheid te verzorgen en dat ze zich geen zorgen om Yasmin en mij hoefde te maken.

Onze uitvaartverzorgster was op vakantie, dus moest ik uitwijken naar een door haar aanbevolen uitvaartregisseur. Dat is iemand die meehelpt de uitvaart vorm te geven zoals je dat zelf wenst. Geen geleuter over wat allemaal niet kan, maar juist kijken wat wel mogelijk is. Nog dezelfde avond zat ik aan tafel met Marc en werd het plan van Lisette doorgenomen. Even later werd Lisette thuis verzorgd en opgebaard. Ze had me precies uitgelegd hoe ik haar moest leggen, hoe de handen te vouwen en welke kleding ze graag wilde dragen. Het was het setje, dat ze ook droeg op de crematie van haar zus, volledig in het zwart. Zo wenste ze ook de directe familie in het zwart. Yasmin en Cassidy hebben haar mooi gemaakt en ik heb de haren verzorgd. Haar laatste zin in de brief waarin ze alles had opgesomd luidde: “Maak me mooi hihi.” Ik had haar beloofd dat ze na haar heengaan gewoon thuis zou blijven. Dat ze niet afgevoerd zou worden in een zwarte zak met rits. Dit hadden we gezien bij haar moeder en bij Luce en dat vonden we verschrikkelijk. Lisette zou thuis blijven en zou worden opgehaald door een statige rouwauto om uiteindelijk te worden gebracht naar de Manegezaal van Auberge de Rousch.

Gelukkig hadden we al vanaf september de tijd genomen om foto’s en filmpjes te zoeken, die ze graag in de presentatie wilde en wist ze precies hoe ze alles gestalte wilde geven. In het begin gingen we nog uit van een ceremonie in het crematorium, maar na een gesprek met Lilian, onze oorspronkelijke uitvaartverzorgster, werd duidelijk dat ook onze trouwzaal in de Auberge de Rousch tot de mogelijkheden behoorde. Dit zou fijn zijn omdat, zoals Lisette aangaf, we daar ooit begonnen zijn en het nu ook daar zouden kunnen afmaken. Ze had er echter geen goede voorstelling van en het moest ook maar kunnen op de betreffende dag. Gelukkig was het allemaal geen probleem op de betreffende woensdag. Vervolgens was onze bloemist op vakantie en moest er een alternatief worden gezocht. Ik denk dat ook dit goed gelukt is.

Lisette wist dat het voor mij moeilijk zou worden en had daarom haar beste vriendin Josta gevraagd om mij een handje te helpen. Normaal doe ik alles zelf, maar nu was de hulp wel heel erg fijn. Voordat ik het wist kwam ook Pascal, haar directe collega en de rest van de familie meehelpen. Josta begeleidde me van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Van de drukker tot het bloemstuk, de rozen, de zaal en de aankleding nam ze me aan de hand. Ook Pascal was er constant om mee te helpen, zo werd het bezoek aan Lisette netjes gedirigeerd, zoals Lisette dat had aangegeven. Er werd samen met de familie een verhaal gemaakt door Nelly van Montfort, onze spreker. Zij had al eerder mijn vader en ook Lucienne een dienst bewezen. Het was een lange middag, maar het heeft een mooi levensverhaal gebracht.

Elke dag dat Lisette thuis lag, spookte de gedachte door mijn hoofd om even naast haar te gaan liggen. Niet zoals je dat normaal doet, maar gewoon op het open stuk naast haar liggen. Dit ging echter niet omdat ze op een vriesplaat lag en ze warm zou worden, wat de kans op vlekken op haar lichaam zou doen toenemen. Ik wist dat ze er mooi bij wilde liggen, dus was mijn idee uitgesloten. Maar zo nu en dan streelde ik haar wel, kuste haar op haar lippen en voorhoofd en wist ik dat dit de laatste keer zou zijn dat ik mijn vrouw zou kunnen aanraken. Het klinkt misschien raar en voor een ander luguber, maar voor mij lag daar gewoon mijn Lisette, het meisje dat ik ooit leerde kennen en waarmee ik eenendertig jaar had doorgebracht. Het was ook de vrouw die er, tot diep in de ziekte, alles voor over had om maar bij ons te blijven. Juist zij verdiende dit respect. De laatste morgen, voordat ze van uit het bed in de kist werd gelegd, heb ik toch een half uur genomen om naar haar te gaan liggen en heb ik alleen maar naar haar gekeken. Ondanks dat de tijd haar begon in te halen, kon ik alleen maar mooie dingen in haar herkennen. Ik ben blij dat we de kist pas op een heel laat moment hebben laten komen, omdat ik nachtmerries heb gehad over hoe ze hierin zou liggen. Toch lag ze er gracieus bij en hebben we haar voor eeuwig gesloten. De auto was intussen gearriveerd en samen deden we haar geleide naar onze trouwzaal. Lisette vond het zo erg dat ze dit allemaal niet meer kon meemaken. Maar als ze dit wel heeft kunnen zien, zal ze zeker tevreden zijn geweest.

Tijdens de ceremonie zelf heb ik geprobeerd om alles in me op te nemen. Het was een emotionele gebeurtenis met toespraken van Rosita, het buurmeisje, Melanie en Cassidy, haar nichtjes en onze dochter Yasmin in de vorm van een eigen lied. Ook zong haar nichtje Joelle een liedje dat Lisette en Lucienne op Luce’s laatste dag samen hadden geluisterd en dat voor altijd hun liedje zou worden. De entourage was prachtig en we hadden niet beter kunnen wensen. Onze familie, vrienden en kennissen , maar ook veel collega’s waren aanwezig. Lisette was dol op haar collega’s en vond het verschrikkelijk, dat ze hen al zolang had moeten missen. Het was ontroerend toen zij ieder voor zich een roos brachten en hiermee de lege vazen aan beide zijden van Lisette vulden. Ook haar baas Wout en zijn assistente Pascal gaven het treffend aan: “Berner verliest vandaag een zeer dierbaar en fantastisch familielid .”

Na de borrel en veel bijpraten met mensen,die je al een hele tijd niet hebt gezien, ga je naar huis en wordt je de eerste dagen nog gepamperd door familie en vrienden. Maar daarna is er de grote leegte. Het besef dat ze er nooit meer zal zijn, dat ik de rest van mijn leven zonder haar moet doorbrengen, begint nu pas beetje bij beetje door te schemeren. Ik mis haar stem, luister oude WhatsApp berichtjes af. Ik mis haar lach en kijk naar foto’s. Zo hoop ik dat de dag snel voorbij gaat. Ik begrijp Lisette nu heel goed toen ze elke avond zei dat er gelukkig weer een dag voorbij was en dat ze weer opkeek naar de volgende. Bijna elke avond drink ik koffie met  Jan, de man van Luce en lotgenoot en iedere keer kijken we elkaar aan en denken we hetzelfde. Hoe zijn we in hemelsnaam in deze nachtmerrie terecht gekomen..