Selecteer een pagina

Wat een jaar!..

Het is zover. 2017 is voorbij. Een jaar dat voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan, van de hoop op genezing op 10 januari tot het uiteindelijke overlijden op 4 augustus. Als Lisette dat had geweten, zei ze, had ze de hipec nooit gedaan. Ze had nog een kuurtje genomen en afgewacht. Dat had waarschijnlijk meer kwaliteit van leven gegeven. Maar ook zij heeft alles aangegrepen om die ene kleine kans op overleven waar te maken. Ze heeft gevochten als een leeuwin, wat een vrouw! Mijn vrouw!

Daarna startte de periode erna. Om het verdriet voor te zijn besloot ik om, in haar voetsporen, haar missie af te maken, eerst de halve marathon, dan een oefenmarathon in Rome en uiteindelijk de hele marathon in New York. Omdat ik maar weinig tijd had, heeft mijn lichaam onder een enorme stress gestaan. Inmiddels ben ik voor een tweede keer bij de huisarts geweest. Ook nu werd bloed gevonden in de urine en ik vermoedde sporthematurie. Om zeker hiervan te zijn is een kweek gemaakt in het lab en hier is verder niets uitgekomen.  Dus sporthematurie, irritatie van de urinewegen door zware inspanning. Iets wat bij hardlopers vaker voorkomt.

Na begin december een training te hebben gedaan, waarbij we moesten sprinten, is er een blessure opgetreden, het tribaal stress syndroom, een blessure die valt onder het containerbegrip shin splint. Het komt er op neer dat op plekken langs het scheenbeen het botvlies is ontstoken en er kleine botbreukjes zijn ontstaan door het trekken van de spieren aan het bot. Ik wachtte rustig af tot de volgende training en zakte gaandeweg door de benen, op het moment dat ik vaart wilde maken. Ik heb een afspraak gemaakt met fysiotherapeut Dominic en hij gaf de order om gelijk te stoppen voor een periode van zeker twee weken. Daarnaast kreeg ik oefeningen en heb ik inmiddels een dry needle sessie afgerond. Dat ik wat pijn en allerlei bijverschijnselen heb neem ik op de koop toe, maar wat ik erg vind is dat ik diverse wedstrijden moet overslaan, die ik ter ere van Lisette wilde lopen, zoals de Mescher Bergloop, De Oudejaars Run Heerlen en de Sylvesterloop in Elsloo. Maar doorgaan betekent een groot risico op een chronische blessure en dan kan ik alles vergeten. Mak als een lammetje volg ik dus de instructies van de fysio. Op 8 januari krijg ik weer de naaldtherapie in beide benen en dan langzaam wordt er weer een start gemaakt met de terugkeer naar het wedstrijdveld, waarbij ook Crossfit ingezet wordt. Ik hoop van harte dat de Marathon van Rome haalbaar zal blijken. De voorbereiding omvat normaal zo’n honderd dagen en die heb ik niet meer.

Nu dat ik weinig kan doen aan training, ga ik regelmatig met mijn nichtje (dochter Luce) naar de bios,  gaan we met de familie uit eten en dat soort dingen. Laatst zat ik met Jan samen en kwamen we tot dezelfde conclusie. Dat wij achter zijn gebleven en onze geliefde erg missen is zwaar, maar hoe het voor de kinderen moet zijn en de ellende en pijn, die de meisjes zelf hebben moeten doorstaan, dat is wat ons een immense pijn bezorgt. Iedere keer hoor ik Lisette zeggen: “Nou dit was het dan…” , voordat ze de bolus Midazolam kreeg toegediend. Ik probeer me dan in haar te verplaatsen en wat er in godsnaam in haar moet zijn omgegaan. Wat heeft ze gevoeld, wat heeft ze gedacht..

Toch moeten we verder en met de kerst waren we allemaal samen. We hebben net als vorig jaar lootjes getrokken en het was zoals vanouds, de surprises raden, gedichtje voorlezen en kadootjes uitpakken. Maar hoe goed ook iedereen zijn best deed, ook in de gezinssfeer voelde het leeg. Je probeert op alle mogelijke manieren het gat te repareren, maar het is zoals de Engelsen zeggen, damaged beyond repair.

Vanavond luiden we het nieuwe jaar in, het wordt een last minute bijeenzijn, want we hebben nog niets geregeld, en anders luid ik het jaar samen met Lisette in, in de hoop dat het er iets beter gaat uitzien dan tot nogtoe.

Ik wil een ieder bedanken voor de steun die wij dit jaar hebben mogen ontvangen. Ik wil ook een ieder, die met de ziekte de maken heeft gehad of die op dit moment een gevecht er tegen voert,  een hart onder de riem steken. Wellicht lukt het wel om te genezen, of probeer in ieder geval alles eruit te halen. Houd de moed erin, op naar 2018!

Kink in de kabel?

De kerstmis en alle feestdagen komen eraan. Verschrikkelijk, want zowel Jan als ik hebben hier eigenlijk geen zin in. Maar we hebben kinderen en voor hen doen we mee, ook zij missen hun moeders dagelijks. Dus organiseren we, alsof de mama’s er gewoon bij zijn. Langzaam maar zeker nemen we hun rol mee over. We zijn in zekere zin papa en mama tegelijk. Natuurlijk is mama niet te vervangen, maar wat moeten we anders? We zijn altijd, dankzij Lisette en Lucienne, een hechte familie geweest en ik was bang dat dit zou gaan veranderen nadat ook Lisette er niet meer zou zijn. Maar niets is minder waar. We zijn er nog altijd voor elkaar en gelukkig maar, je ziet vaak anders. We ondernemen nog steeds de dingen die we vroeger deden en zelfs de activiteiten van de mama’s nemen we over. Vaak zitten Jan en ik ’s avonds samen en drinken we onze ouderwetse kop koffie, we kijken elkaar aan en vragen ons dan af: “Wat in godsnaam is hier gebeurd?..”

Gisteren was er bij Pauw een interview met Valerio en enkele hoofdrolspelers uit het nieuwe seizoen van “Over mijn lijk”. Hier waren niet alleen de getroffenen en alsnog overlevenden aanwezig, maar ook de partners van  oud-deelnemers. Eén van dingen die opviel, is dat deze mensen net zo beschadigd zijn als de zieke in kwestie. Iets waar je weinig bij stilstaat. Het adagium luidt niet voor niets: “Kanker heb je samen.” Wij als partner hebben het voorrecht om door te mogen blijven ademen, maar wat ons na het overlijden van onze geliefde te wachten staat, wordt nu pas in alle hevigheid duidelijk. Dit zal ook de reden zijn dat, in het programma, ook de partners gevolgd worden. En juist dit was ook de reden dat Lisette en ik hebben afgesproken de blog te blijven doorschrijven, zodat er een geheel ontstaat van de beleving van alle betrokkenen ook na de dood. Dit zodat anderen hier kracht uit kunnen putten, maar ook dat ik dat kan. Ze heeft echt overal aan gedacht, denk ik vaker en het klinkt misschien raar, maar ieder keer ben ik weer verliefd op mijn vrouw. Het maakt het moeilijk dat ze er niet meer is. Ik kan mijn gevoel niet meer fysiek uiten naar haar toe.

Het hardlopen, gecombineerd met mijn persoonlijkheid, zorgt ervoor dat ik in ieder geval kan overleven. Toch gebeuren er opeens rare dingen in mijn lichaam. Het lijkt totaal ontregeld. Na de intervaltraining afgelopen week, op maandag 20 x 200 p200 (dit betekent 20 keer 200 meter op snelheid en daarna 200 meter dribbelen), ben ik behoorlijk ziek geworden. Ik had het benauwd tijdens de training, terwijl het buiten 3 graden Celsius was. Ik had wel al een paar weken last van veranderende stoelgang, maar denk je dat is normaal, totdat ik tot ’s morgens 7 uur wakker lag, omdat ik niet meer kon ophouden en na iedere toiletgang niet wist hoe snel ik weer moest gaan. Yasmin drong er op aan dat ik toch echt de dokter moest bezoeken. Omdat ik niet wil dat ze zich ook nog zorgen om mij moet maken, ben ik dan toch maar gegaan. Intussen is de griep verdwenen, maar is de ontsteking overgegaan in een acute bronchitis. Nu is het zo dat dit normaliter vanzelf weggaat na een week of twee. Laten we het hopen.

“Goedemorgen meneer Karssing, wat kan ik voor u doen? U ziet ik ben vervangend arts.” Normaal heb ik dr. Cremers, maar dit was Kevin, een aardige attente huisarts. Ik vertelde hem iets over de familieanamnese, namelijk dat mijn vader met of aan de gevolgen van prostaatkanker is overleden – hij had ook longkanker of uitzaaiingen in de longen-  en dat mijn opa endeldarmkanker had. Ook vertelde ik over de griep en de mate waarin ik tegenwoordig alles vergeet en dat ik net aan de balie een urinemonster had afgegeven. De dokter ging puntsgewijs te werk en deed eerst lichamelijk onderzoek. De buik voelde goed aan en ik had volgens hem stevige buikspieren. Hij voelde geen vocht, dat was goed. Ik weet natuurlijk dat een huisarts dat helemaal niet kan voelen, tenzij er voldoende van aanwezig is. Ook de prostaat voelde volgens de huisarts normaal aan. Ook dat heeft niets te zeggen. De vader van mijn schoondochter had prostaatkanker, wat ze pas zagen bij de biopten, de PSA-waarde was normaal en de echo liet geen afwijkingen zien.

Het feit dat ik zo snel vergeet, of in het algemeen niet veel kan opnemen, vond de arts niet raar, gezien hetgeen ik doorgemaakt heb de laatste jaren. Het was eigenlijk een gesprek dat erop neer kwam dat alles wel weer goed kwam. Ik vroeg toch nog even naar de uitslag van het door mij afgegeven monster. De arts belde de assistente, omdat hij niets kon zien in het systeem. Het was er tussentijds toch al ingezet en hij nam de resultaten door. Het gezicht van de arts ging langzamerhand over in een wat neutralere stand. “Alles lijkt ok, maar we zien toch een plusje.” Ik zei: “U bedoelt één plusje uit vijf?” ” “Nee” lichtte de arts toe: “Er bevinden zich rode bloedlichaampjes in uw urine.” Ik schrok hier wel even van, het zal toch niet zo zijn dat dit het beroemde gesprek was, zoals Lisette dit had bij dr. Wakman, nadat er een streepje buikvocht was gevonden. Als je zolang met de ziekte te maken hebt gehad reflecteer je dit gelijk op jezelf. Het eerste wat naar voren komt bij de zoekresultaten op hematurie (bloed in de urine) is kanker van de urinewegen, hetzij in de nier, urineleider, buis, blaas of prostaat. De arts gaf aan dat het ook een ontsteking kon zijn, maar in ieder geval iets dat gevolgd moet worden. Over twee weken moet ik terugkomen en dan wordt opnieuw gekeken. Is het dan nog zoals nu, dan starten de onderzoeken.

Ik moest gelijk aan Lisette denken, die me vaak heeft gezegd dat ik niet moest zeggen dat ik de ziekte van haar wilde overnemen. Immers had zij dit ook bij Lucienne gedaan en kijk wat het haar had opgeleverd. Ondertussen hoest ik gewoon door en neem de rust die nodig is om weer snel de looptrainingen te kunnen hervatten. Ik begrijp nu ook hoe erg Lisette het vond om haar hervonden hobby niet meer te kunnen uitoefenen. Ik moet er niet aan denken. Ik mis mijn loopmaatjes, dat is de plek waar ik rust vind.

En nu… de marathon

Marathon Eindhoven 2017

Het is ondertussen tien weken geleden dat Lisette, gedwongen door de ziekte, afscheid van ons moest nemen. Ons hele leven staat volledig op zijn kop, In de eerste dagen ben je druk bezig en wordt je geleefd; er moet immers van alles geregeld worden. Maar naarmate de weken verstrijken wordt het steeds stiller. De leegte, die Lisette achterlaat, wordt steeds meer voelbaar. Ik ben omringd met hele lieve mensen, die mij op zijn tijd proberen te troosten of mij uitnodigen om samen een hapje te eten, het theater te bezoeken of gewoon een film te kijken. Toch blijf je eenzaam, al ben je met je vrienden. Er is een leegte ontstaan, die niemand, behalve Lisette, kan vullen.

Er zijn verschillende manieren waarop achterblijvers daarmee omgaan, zo zie je dat vrouwen graag willen praten,  mannen juist meer gaan werken of sporten, terwijl jongeren meer het uitgaanscircuit ingaan. Wat ik heb gemerkt is dat ik Lisette probeer te vinden. Ik vlucht van de thuissituatie, rijd doelloos rond en heb het gevoel dat ze ergens is en elk moment thuis kan komen. Als ik maar lang genoeg zoek of wacht, zal ze vanzelf een keer vinden of zal ze door de voordeur komen lopen. Ik probeer zoveel mogelijk alles in stand te houden. Haar kleding hangt netjes op soort en kleur bij elkaar, haar spullen liggen nog steeds in haar kasten, alsof ze elk moment de behoefte kan hebben om deze weer te gebruiken. Van haarlak tot parfum enzovoort. Intussen onderhoud ik alles, want dat wilde ze graag. “Zorg je er goed voor, het zijn immers ook mijn spullen”, zei ze dan. Het is nog te moeilijk om dingen te veranderen of, laat staan, weg te doen. De spullen zijn het enige fysieke dat nog rest van Lisette. Wegdoen hiervan voelt het zelfde als het verder afscheid nemen van Lisette.

Om zo dicht mogelijk bij haar te zijn is ook het idee van de halve marathon ontstaan. Door te trainen op de vertrouwde dagen op de baan en de verschillende duurloopjes later in de week, lijkt het alsof ons oude leventje gewoon doorgaat. Ik neem gewoon haar rol over en heb het idee dat ze dicht bij me is. Normaal gaan veel dingen verwateren na een overlijden, maar op deze manier blijft alles in stand. Ik heb zelf het idee dat mijn gedrag niet helemaal normaal is, maar volgens de psychologe is er niets aan de hand, Zij geeft aan dat dit heel gewoon is, in deze fase, na zo een groot trauma.

Ik zie al weken het beeld voor me dat Lisette stopt met ademen en het laat me niet los. Ik weet dat ze niet verder kon, het ging niet meer, maar dit had ze niet verdiend, voor zover je dat überhaupt  zo kunt benoemen. Wat het vreselijke is bij Lisette, is dat ze, doordat ze het ziekteproces van Lucienne van dichtbij had meegemaakt, nu precies wist wat haar op welk moment te wachten stond en dat ze als een vorm van aftellen kon volgen wanneer ze zou komen te overlijden. Ik merk bij mezelf dat die pijn steeds meer plaats krijgt in mij. Ik heb geen dromen meer, ik (over)leef van dag tot dag en niets kan me nog interesseren. Als je geen dromen meer hebt, heb je ook niets meer om voor te leven, dus moet je steeds nieuwe doelen blijven stellen.

Tijdens het hardlopen heb ik gemerkt dat, als ik het maar vaak genoeg doe, het zoveel pijn kan doen, dat ik de pijn van de leegte en het steeds terugkerende beeld van Lisette’s doodstrijd even kan vergeten. Ik heb nu het plan opgepakt om samen met Katleen, nu ook mijn loopmaatje, de hele marathon van Rome te gaan lopen. Dit ligt mooi in het verlengde van hetgeen Lisette en ik uiteindelijk wilden; de marathon van New York lopen. Rome kan een mooie voorbereiding zijn in 2018, om daarna in 2019 te kwalificeren voor de marathon in New York. Intussen hebben we de halve marathon in Eindhoven gelopen, het was een prachtige beleving. We liepen niet op tijd, maar voor de eer. Op de route stond zoonlief met zijn gezin en moest ik hen even begroeten, iets wat ik naderhand beter niet had kunnen doen want dat was net te veel van het goede. Ik was rond die tijd al flink uitgeput. Katleen vertelde me onderweg waar Maurice, hun toenmalige haas, vertelde dat ze moesten versnellen. Ik  kon me herinneren dat Lisette daar ergens moet zijn afgehaakt, tenminste zoals ze dat later vertelde. Ik liep op het einde door een smal straatje met veel cafeetjes en rijen dik publiek en ik herkende het beeld gelijk. Ik zag mezelf er tussen staan anno 2015, samen met Yasmin en Pascal, haar collega. Ik kreeg het koud en hoorde weer wat we toen riepen…”Kom op Lisetje!!”

Katleen en ik hadden afgesproken om rennend over de finish te gaan met de armen omhoog, tenminste dat was de hoop. De eerste tien kilometer ging het goed, daarna ging het nog redelijk tot 14,8 kilometer en toen zakte ik in door verzuring. Rond kilometerpaaltje 18 was het meer kruipen dan lopen, en heb ik de laatste drie kilometer op het tandvlees -lees karakter- gelopen. Uiteindelijk bij de finish werden we warm onthaald door onze clubleden, die zelf een mooie PR (persoonlijk record) hadden neergezet, maar ook door de ouders van Katleen, mijn neef Marcel, die zelf had gelopen ter ere van Lisette, Lisette’s  vriendinnen en mijn kinderen. Ik zag de finish van veraf, Katleen maakte me erop attent, zoals ze dat met alles deed tijdens de race, en dacht nog even en ik ben binnen, ik ben er van af. Terwijl we met onze armen omhoog over de finish kwamen riep mijn schoondochter hard door de boxen “Goed zo Robbie!” Eindelijk het was klaar, ik had wat ik wilde, de felbegeerde medaille. Niet zozeer voor mezelf, maar wel om hem thuis aan Lisette te kunnen geven. We hebben hem binnen Lisette, je hebt hem in de pocket.
Ich trag’ dich bei mir, bis der Vorhang fällt…. Herbert Gronemeyer – Der Weg

Eindelijk thuis

Tijdens de diverse opnames in de verschillende ziekenhuizen is me een ding duidelijk geworden, Lisette wilde altijd snel naar huis. Zodra er geen uitzicht meer was op verdere onderzoeken en ze het gevoel had dat ze alleen haar tijd verkwistte, wilde ze terug naar haar paleisje. Zo omschreef Lisette ons stulpje ook toen ze me zei dat ze het zo erg vond dat ze niet alleen afscheid moest nemen van ons en de kring om ons heen, maar ook van haar huisje. Hier voelde ze zich warm en comfortabel. Ze zei vaker, als ik in een ziekenhuis lig moet ik vaak om alles vragen en moet ik eerst de zuster oproepen om vervolgens een half uur te wachten op antwoord. Als ze iets aan mij zou vragen kreeg ze de zorg gelijk en in de door haar zo belangrijke omgeving. Toen Lisette werd gecremeerd sprak ik nog even met de exploitant van het crematorium en hij zei dat ik haar de volgende dag al zou kunnen krijgen als de wet hier niet tussen zou staan. Hij zou haar een maand moeten opslaan, dit omdat mensen dan meer tijd hebben om een bestemming van de as te overwegen, maar ook omdat de officier van justitie dan nog een eventueel onderzoek zou kunnen starten.

In de weken na de crematie heb ik hier vaak aan gedacht en wist dus ook dat Lisette zeker geen dag langer in het crematorium zou hebben willen liggen dan noodzakelijk. Ik verwachtte haar dus op 10 september te kunnen halen. Na contact te hebben gehad met het crematorium was de eerstvolgende mogelijkheid 14 september. Eenmaal aangekomen belde ik aan en wist niet wat ik kon verwachten. De uitbater had nog een lopend telefoongesprek en vroeg me even te wachten op de gan. Hier stonden allerlei urnen en andere mogelijkheden om de as van Lisette een mooie bestemming te geven. Even later werd ik uitgenodigd in de spreekruimte en daar stond ze. Een zwarte kunstof urn met zo’n kleine 3 kilogram aan lichaamsgewicht.  Het klinkt misschien raar maar het gaf me gelijk het gevoel weer samen te zijn met mijn meisje. Ze kon weliswaar absoluut niets meer, was in een andere staat dan tijdens de opbaring of bij leven, maar gevoelsmatig blijven we sterk verbonden. Nu al helemaal, nu ze volledig is overgegeven aan mijn zorg en koestering. Ik was blij dat ik haar weer kon aanraken, al was het in een  andere vorm, maar de totale leegte kon zich toch weer iets vullen met de blijvende aanwezigheid van Lisette, of althans wat er van haar over was.

Ik vroeg nog of het Lisette in de urn was of ook kleding of kist. Naar nu bleek  blijft alleen het skelet over door de hoge temperatuur in de oven plus wat schroeven, die later bij de zeving worden verwijderd. Alle hout enzovoort verbrandt volledig. Toen schoot me ineens te binnen dat Lisette in 1985 en 1988 was geopereerd aan beide kaken en dat daar chirurgisch staal in was verwerkt. Als we hadden geweten dat dit op verzoek meegegeven had kunnen worden was ze meer compleet geweest. Helaas hebben we aan veel gedacht, maar aan dit niet. Dat vind ik jammer achteraf. Een kleine troost is dat de crematoria dit afvalijzer verzamelen en verkopen en dit schenken aan goede doelen.

Na afscheid te hebben genomen van de aardige heer ben ik voldaan, samen met mijn vrouw, naar de auto gelopen.  Ik heb haar zorgvuldig achter de veiligheidsriem vastgeklikt en ben met haar naar huis gereden. Ik had haar eerder, voor haar overlijden, gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn dat ze in een vergeten hoek zou worden geplaatst. Ik zou haar overal mee naar toe nemen zodat ze overal bij kon zijn, ze zou immers veel te vroeg overlijden en moest nog zoveel meemaken. Eenmaal thuis aangekomen heb ik Lisette daarom eerst maar eens tussen de kussens in de bank gezet. Eindelijk na een maand was ze weer thuis en ik  minder eenzaam.

 

 

Nog één keer over de streep

Papa en mama gaan samen op pad

Vandaag is het 21 dagen geleden dat Lisette stierf. Voor mij stopte op dat moment de tijd; een groot deel van mij stief met haar mee. Terwijl anderen de draad weer oppakken, blijf ik hangen in dat moment. Ik weet dat je van alles moet ondernemen om daar weer uit te komen en dat doe ik ook, maar hoe harder ik wegkijk van de situatie, hoe harder ik de klap terug krijg. Het helpt dus weinig.

Ik had het hier vaker over met Lisette, over wat ik zou kunnen doen om te leren omgaan met het gemis. Lisette wist dat ik het moeilijk zou gaan krijgen, zij kende mij als geen ander en wist ook hoezeer ik aan haar gezelschap gehecht was geraakt gedurende de 31 jaar samen. Ze gaf van allerlei tips en soms barstten we uit in tranen, omdat we al voelden hoe het zou zijn als zij niet meer verder kon leven en ik verder moest leven, maar zonder haar. Ze voelde zich bijna schuldig en zei dan: “Als ik er niet meer ben, ga dan rennen.” Ze zei dat ik bij Achilles Top, haar atletiekvereniging, moest gaan en dat dat goed voor mij zou zijn. Ik zou dan weer onder de mensen komen en leuke dingen meemaken. Ik zei dan dat ik toch echt een wielrenner was en dat rennen haar ding was. Wel beloofde ik haar dat, als ze nog zou leven, ik met haar naar de halve marathon in Eindhoven zou gaan kijken. Lisette wist gelijk dat 8 oktober 2017 geen haalbare kaart zou zijn. Ik vertelde haar dat als ik zelf aan de wedstrijd zou deelnemen, zij bij me zou zijn. Ik zou haar as bij me dragen. Ze zal wel gedacht hebben dat ik het goed bedoelde, maar dat daar toch niets van zou komen. Ik was immers al te moe als ik naast Lisette had gefietst, wil zwijgen dat ik het zelf zou moeten hardlopen.

Om toch te proberen het piekeren van me af te zetten, heb ik nu het plan opgepakt om de komende Marathon van Eindhoven mee te lopen ter ere van Lisette en wel de halve marathon. Lisette weet dan weliswaar niet dat ik deze wedstrijd ga lopen maar ze heeft wel nog geweten dat ze bij me zou zijn. Voor mij is het een soort van afsluiting van het feit dat Lisette trainde voor deze wedstrijd, maar de kans niet meer heeft gekregen om het af te maken.

Probleem is alleen hoe je zoiets aanpakt. Ik heb in het verleden wel gerend, maar dat is lang geleden. Daarnaast heeft de ziekteperiode van Lisette gewerkt als een zeef met grote gaten. Mijn conditie is beneden alle peil en ik heb precies 44 dagen om de klus te klaren. Elk gezond denkend mens verklaart me voor gek, maar voor mij is het een uitdaging, zoals de velen die ik met Lisette ben aangegaan. Ik heb het gevoel dat ze met me meerent; een stemmetje die me zachtjes aanmoedigt richting ons einddoel 21,1 km. De vrienden van Lisette bij Achilles Top zijn al  enthousiast en steunen me volledig. Kathleen, de vrouw van mental coach Maurice, is nu mijn trainer en zij stuurt me als een baas met haar hond aan de lijn. Ik wil te veel, te snel.

Kathleen verloor haar man Maurice in juli aan de gevolgen van een hersentumor. Maurice was nog pas in november 2016 gediagnosticeerd en had nog in de marathon van Frankfurt met het shirt ter ere van Lisette gelopen, toen het noodlot ook hem trof. Maurice, Kathleen en Lisette waren een rentrio. Vaak fungeerde Maurice als haas en volgden Lisette en Kathleen het tempo van de kenner.  Nu is alleen Kathleen over en heb ik het geluk dat ik met deze kanjer mag trainen. De wedstrijd zelf vindt plaats op zondag 8 oktober. We zijn van plan om in de speciale shirts te lopen ter ere van Lisette en Maurice. Ik zal de as van Lisette bij me dragen en zal als het mogelijk is een extra rugnummer dragen, zodat Lisette nog één keer haar passie kan volgen, nog één keer over de streep. Dat was haar doel voordat ze werd gediagnosticeerd en heel haar wereld in duigen viel.