Selecteer een pagina

Kink in de kabel?

De kerstmis en alle feestdagen komen eraan. Verschrikkelijk, want zowel Jan als ik hebben hier eigenlijk geen zin in. Maar we hebben kinderen en voor hen doen we mee, ook zij missen hun moeders dagelijks. Dus organiseren we, alsof de mama’s er gewoon bij zijn. Langzaam maar zeker nemen we hun rol mee over. We zijn in zekere zin papa en mama tegelijk. Natuurlijk is mama niet te vervangen, maar wat moeten we anders? We zijn altijd, dankzij Lisette en Lucienne, een hechte familie geweest en ik was bang dat dit zou gaan veranderen nadat ook Lisette er niet meer zou zijn. Maar niets is minder waar. We zijn er nog altijd voor elkaar en gelukkig maar, je ziet vaak anders. We ondernemen nog steeds de dingen die we vroeger deden en zelfs de activiteiten van de mama’s nemen we over. Vaak zitten Jan en ik ’s avonds samen en drinken we onze ouderwetse kop koffie, we kijken elkaar aan en vragen ons dan af: “Wat in godsnaam is hier gebeurd?..”

Gisteren was er bij Pauw een interview met Valerio en enkele hoofdrolspelers uit het nieuwe seizoen van “Over mijn lijk”. Hier waren niet alleen de getroffenen en alsnog overlevenden aanwezig, maar ook de partners van  oud-deelnemers. Eén van dingen die opviel, is dat deze mensen net zo beschadigd zijn als de zieke in kwestie. Iets waar je weinig bij stilstaat. Het adagium luidt niet voor niets: “Kanker heb je samen.” Wij als partner hebben het voorrecht om door te mogen blijven ademen, maar wat ons na het overlijden van onze geliefde te wachten staat, wordt nu pas in alle hevigheid duidelijk. Dit zal ook de reden zijn dat, in het programma, ook de partners gevolgd worden. En juist dit was ook de reden dat Lisette en ik hebben afgesproken de blog te blijven doorschrijven, zodat er een geheel ontstaat van de beleving van alle betrokkenen ook na de dood. Dit zodat anderen hier kracht uit kunnen putten, maar ook dat ik dat kan. Ze heeft echt overal aan gedacht, denk ik vaker en het klinkt misschien raar, maar ieder keer ben ik weer verliefd op mijn vrouw. Het maakt het moeilijk dat ze er niet meer is. Ik kan mijn gevoel niet meer fysiek uiten naar haar toe.

Het hardlopen, gecombineerd met mijn persoonlijkheid, zorgt ervoor dat ik in ieder geval kan overleven. Toch gebeuren er opeens rare dingen in mijn lichaam. Het lijkt totaal ontregeld. Na de intervaltraining afgelopen week, op maandag 20 x 200 p200 (dit betekent 20 keer 200 meter op snelheid en daarna 200 meter dribbelen), ben ik behoorlijk ziek geworden. Ik had het benauwd tijdens de training, terwijl het buiten 3 graden Celsius was. Ik had wel al een paar weken last van veranderende stoelgang, maar denk je dat is normaal, totdat ik tot ’s morgens 7 uur wakker lag, omdat ik niet meer kon ophouden en na iedere toiletgang niet wist hoe snel ik weer moest gaan. Yasmin drong er op aan dat ik toch echt de dokter moest bezoeken. Omdat ik niet wil dat ze zich ook nog zorgen om mij moet maken, ben ik dan toch maar gegaan. Intussen is de griep verdwenen, maar is de ontsteking overgegaan in een acute bronchitis. Nu is het zo dat dit normaliter vanzelf weggaat na een week of twee. Laten we het hopen.

“Goedemorgen meneer Karssing, wat kan ik voor u doen? U ziet ik ben vervangend arts.” Normaal heb ik dr. Cremers, maar dit was Kevin, een aardige attente huisarts. Ik vertelde hem iets over de familieanamnese, namelijk dat mijn vader met of aan de gevolgen van prostaatkanker is overleden – hij had ook longkanker of uitzaaiingen in de longen-  en dat mijn opa endeldarmkanker had. Ook vertelde ik over de griep en de mate waarin ik tegenwoordig alles vergeet en dat ik net aan de balie een urinemonster had afgegeven. De dokter ging puntsgewijs te werk en deed eerst lichamelijk onderzoek. De buik voelde goed aan en ik had volgens hem stevige buikspieren. Hij voelde geen vocht, dat was goed. Ik weet natuurlijk dat een huisarts dat helemaal niet kan voelen, tenzij er voldoende van aanwezig is. Ook de prostaat voelde volgens de huisarts normaal aan. Ook dat heeft niets te zeggen. De vader van mijn schoondochter had prostaatkanker, wat ze pas zagen bij de biopten, de PSA-waarde was normaal en de echo liet geen afwijkingen zien.

Het feit dat ik zo snel vergeet, of in het algemeen niet veel kan opnemen, vond de arts niet raar, gezien hetgeen ik doorgemaakt heb de laatste jaren. Het was eigenlijk een gesprek dat erop neer kwam dat alles wel weer goed kwam. Ik vroeg toch nog even naar de uitslag van het door mij afgegeven monster. De arts belde de assistente, omdat hij niets kon zien in het systeem. Het was er tussentijds toch al ingezet en hij nam de resultaten door. Het gezicht van de arts ging langzamerhand over in een wat neutralere stand. “Alles lijkt ok, maar we zien toch een plusje.” Ik zei: “U bedoelt één plusje uit vijf?” ” “Nee” lichtte de arts toe: “Er bevinden zich rode bloedlichaampjes in uw urine.” Ik schrok hier wel even van, het zal toch niet zo zijn dat dit het beroemde gesprek was, zoals Lisette dit had bij dr. Wakman, nadat er een streepje buikvocht was gevonden. Als je zolang met de ziekte te maken hebt gehad reflecteer je dit gelijk op jezelf. Het eerste wat naar voren komt bij de zoekresultaten op hematurie (bloed in de urine) is kanker van de urinewegen, hetzij in de nier, urineleider, buis, blaas of prostaat. De arts gaf aan dat het ook een ontsteking kon zijn, maar in ieder geval iets dat gevolgd moet worden. Over twee weken moet ik terugkomen en dan wordt opnieuw gekeken. Is het dan nog zoals nu, dan starten de onderzoeken.

Ik moest gelijk aan Lisette denken, die me vaak heeft gezegd dat ik niet moest zeggen dat ik de ziekte van haar wilde overnemen. Immers had zij dit ook bij Lucienne gedaan en kijk wat het haar had opgeleverd. Ondertussen hoest ik gewoon door en neem de rust die nodig is om weer snel de looptrainingen te kunnen hervatten. Ik begrijp nu ook hoe erg Lisette het vond om haar hervonden hobby niet meer te kunnen uitoefenen. Ik moet er niet aan denken. Ik mis mijn loopmaatjes, dat is de plek waar ik rust vind.