Selecteer een pagina

En nu… de marathon

Marathon Eindhoven 2017

Het is ondertussen tien weken geleden dat Lisette, gedwongen door de ziekte, afscheid van ons moest nemen. Ons hele leven staat volledig op zijn kop, In de eerste dagen ben je druk bezig en wordt je geleefd; er moet immers van alles geregeld worden. Maar naarmate de weken verstrijken wordt het steeds stiller. De leegte, die Lisette achterlaat, wordt steeds meer voelbaar. Ik ben omringd met hele lieve mensen, die mij op zijn tijd proberen te troosten of mij uitnodigen om samen een hapje te eten, het theater te bezoeken of gewoon een film te kijken. Toch blijf je eenzaam, al ben je met je vrienden. Er is een leegte ontstaan, die niemand, behalve Lisette, kan vullen.

Er zijn verschillende manieren waarop achterblijvers daarmee omgaan, zo zie je dat vrouwen graag willen praten,  mannen juist meer gaan werken of sporten, terwijl jongeren meer het uitgaanscircuit ingaan. Wat ik heb gemerkt is dat ik Lisette probeer te vinden. Ik vlucht van de thuissituatie, rijd doelloos rond en heb het gevoel dat ze ergens is en elk moment thuis kan komen. Als ik maar lang genoeg zoek of wacht, zal ze vanzelf een keer vinden of zal ze door de voordeur komen lopen. Ik probeer zoveel mogelijk alles in stand te houden. Haar kleding hangt netjes op soort en kleur bij elkaar, haar spullen liggen nog steeds in haar kasten, alsof ze elk moment de behoefte kan hebben om deze weer te gebruiken. Van haarlak tot parfum enzovoort. Intussen onderhoud ik alles, want dat wilde ze graag. “Zorg je er goed voor, het zijn immers ook mijn spullen”, zei ze dan. Het is nog te moeilijk om dingen te veranderen of, laat staan, weg te doen. De spullen zijn het enige fysieke dat nog rest van Lisette. Wegdoen hiervan voelt het zelfde als het verder afscheid nemen van Lisette.

Om zo dicht mogelijk bij haar te zijn is ook het idee van de halve marathon ontstaan. Door te trainen op de vertrouwde dagen op de baan en de verschillende duurloopjes later in de week, lijkt het alsof ons oude leventje gewoon doorgaat. Ik neem gewoon haar rol over en heb het idee dat ze dicht bij me is. Normaal gaan veel dingen verwateren na een overlijden, maar op deze manier blijft alles in stand. Ik heb zelf het idee dat mijn gedrag niet helemaal normaal is, maar volgens de psychologe is er niets aan de hand, Zij geeft aan dat dit heel gewoon is, in deze fase, na zo een groot trauma.

Ik zie al weken het beeld voor me dat Lisette stopt met ademen en het laat me niet los. Ik weet dat ze niet verder kon, het ging niet meer, maar dit had ze niet verdiend, voor zover je dat überhaupt  zo kunt benoemen. Wat het vreselijke is bij Lisette, is dat ze, doordat ze het ziekteproces van Lucienne van dichtbij had meegemaakt, nu precies wist wat haar op welk moment te wachten stond en dat ze als een vorm van aftellen kon volgen wanneer ze zou komen te overlijden. Ik merk bij mezelf dat die pijn steeds meer plaats krijgt in mij. Ik heb geen dromen meer, ik (over)leef van dag tot dag en niets kan me nog interesseren. Als je geen dromen meer hebt, heb je ook niets meer om voor te leven, dus moet je steeds nieuwe doelen blijven stellen.

Tijdens het hardlopen heb ik gemerkt dat, als ik het maar vaak genoeg doe, het zoveel pijn kan doen, dat ik de pijn van de leegte en het steeds terugkerende beeld van Lisette’s doodstrijd even kan vergeten. Ik heb nu het plan opgepakt om samen met Katleen, nu ook mijn loopmaatje, de hele marathon van Rome te gaan lopen. Dit ligt mooi in het verlengde van hetgeen Lisette en ik uiteindelijk wilden; de marathon van New York lopen. Rome kan een mooie voorbereiding zijn in 2018, om daarna in 2019 te kwalificeren voor de marathon in New York. Intussen hebben we de halve marathon in Eindhoven gelopen, het was een prachtige beleving. We liepen niet op tijd, maar voor de eer. Op de route stond zoonlief met zijn gezin en moest ik hen even begroeten, iets wat ik naderhand beter niet had kunnen doen want dat was net te veel van het goede. Ik was rond die tijd al flink uitgeput. Katleen vertelde me onderweg waar Maurice, hun toenmalige haas, vertelde dat ze moesten versnellen. Ik  kon me herinneren dat Lisette daar ergens moet zijn afgehaakt, tenminste zoals ze dat later vertelde. Ik liep op het einde door een smal straatje met veel cafeetjes en rijen dik publiek en ik herkende het beeld gelijk. Ik zag mezelf er tussen staan anno 2015, samen met Yasmin en Pascal, haar collega. Ik kreeg het koud en hoorde weer wat we toen riepen…”Kom op Lisetje!!”

Katleen en ik hadden afgesproken om rennend over de finish te gaan met de armen omhoog, tenminste dat was de hoop. De eerste tien kilometer ging het goed, daarna ging het nog redelijk tot 14,8 kilometer en toen zakte ik in door verzuring. Rond kilometerpaaltje 18 was het meer kruipen dan lopen, en heb ik de laatste drie kilometer op het tandvlees -lees karakter- gelopen. Uiteindelijk bij de finish werden we warm onthaald door onze clubleden, die zelf een mooie PR (persoonlijk record) hadden neergezet, maar ook door de ouders van Katleen, mijn neef Marcel, die zelf had gelopen ter ere van Lisette, Lisette’s  vriendinnen en mijn kinderen. Ik zag de finish van veraf, Katleen maakte me erop attent, zoals ze dat met alles deed tijdens de race, en dacht nog even en ik ben binnen, ik ben er van af. Terwijl we met onze armen omhoog over de finish kwamen riep mijn schoondochter hard door de boxen “Goed zo Robbie!” Eindelijk het was klaar, ik had wat ik wilde, de felbegeerde medaille. Niet zozeer voor mezelf, maar wel om hem thuis aan Lisette te kunnen geven. We hebben hem binnen Lisette, je hebt hem in de pocket.
Ich trag’ dich bei mir, bis der Vorhang fällt…. Herbert Gronemeyer – Der Weg