Selecteer een pagina

Eindelijk thuis

Tijdens de diverse opnames in de verschillende ziekenhuizen is me een ding duidelijk geworden, Lisette wilde altijd snel naar huis. Zodra er geen uitzicht meer was op verdere onderzoeken en ze het gevoel had dat ze alleen haar tijd verkwistte, wilde ze terug naar haar paleisje. Zo omschreef Lisette ons stulpje ook toen ze me zei dat ze het zo erg vond dat ze niet alleen afscheid moest nemen van ons en de kring om ons heen, maar ook van haar huisje. Hier voelde ze zich warm en comfortabel. Ze zei vaker, als ik in een ziekenhuis lig moet ik vaak om alles vragen en moet ik eerst de zuster oproepen om vervolgens een half uur te wachten op antwoord. Als ze iets aan mij zou vragen kreeg ze de zorg gelijk en in de door haar zo belangrijke omgeving. Toen Lisette werd gecremeerd sprak ik nog even met de exploitant van het crematorium en hij zei dat ik haar de volgende dag al zou kunnen krijgen als de wet hier niet tussen zou staan. Hij zou haar een maand moeten opslaan, dit omdat mensen dan meer tijd hebben om een bestemming van de as te overwegen, maar ook omdat de officier van justitie dan nog een eventueel onderzoek zou kunnen starten.

In de weken na de crematie heb ik hier vaak aan gedacht en wist dus ook dat Lisette zeker geen dag langer in het crematorium zou hebben willen liggen dan noodzakelijk. Ik verwachtte haar dus op 10 september te kunnen halen. Na contact te hebben gehad met het crematorium was de eerstvolgende mogelijkheid 14 september. Eenmaal aangekomen belde ik aan en wist niet wat ik kon verwachten. De uitbater had nog een lopend telefoongesprek en vroeg me even te wachten op de gang. Hier stonden allerlei urnen en andere mogelijkheden om de as van Lisette een mooie bestemming te geven. Mijn oog viel gelijk op een kokertje dat ik wellicht zou kunnen  gebruiken tijdens de marathon. Even later werd ik uitgenodigd in de spreekruimte en daar stond ze. Een zwarte kunstof urn met zo’n kleine 3 kilogram aan lichaamsgewicht.  Het klinkt misschien raar maar het gaf me gelijk het gevoel weer samen te zijn met mijn meisje. Ze kon weliswaar absoluut niets meer, was in een andere staat dan tijdens de opbaring of bij leven, maar gevoelsmatig blijven we sterk verbonden. Nu al helemaal, nu ze volledig is overgegeven aan mijn zorg en koestering. Ik was blij dat ik haar weer kon aanraken, al was het in een  andere vorm, maar de totale leegte kon zich toch weer iets vullen met de blijvende aanwezigheid van Lisette, of althans wat er van haar over was.

Ik vroeg nog of het Lisette in de urn was of ook kleding of kist. Naar nu bleek  blijft alleen het skelet over door de hoge temperatuur in de oven plus wat schroeven, die later bij de zeving worden verwijderd. Alle hout enzovoort verbrandt volledig. Toen schoot me ineens te binnen dat Lisette in 1985 en 1988 was geopereerd aan beide kaken en dat daar chirurgisch staal in was verwerkt. Als we hadden geweten dat dit op verzoek meegegeven had kunnen worden was ze meer compleet geweest. Helaas hebben we aan veel gedacht, maar aan dit niet. Dat vind ik jammer achteraf. Een kleine troost is dat de crematoria dit afvalijzer verzamelen en verkopen en dit schenken aan goede doelen. Ik gaf nog aan dat ik van plan was haar mee te nemen tijdens de halve marathon, maar gezien het gewicht zou dit heel moeilijk gaan worden. Ook zou dat niet zomaar kunnen volgens de heer van Yarden. Hij had wel een elegante oplossing en gaf me een plastic zakje en een stoffen tasje met touwtje, zodat ik hier een deel van de as in kon meenemen tijdens de wedstrijd. Dit was ook voor mij acceptabel, al had ik haar liever in totaliteit mee over de streep genomen.

Na afscheid te hebben genomen van de aardige heer ben ik voldaan, samen met mijn vrouw, naar de auto gelopen.  Ik heb haar zorgvuldig achter de veiligheidsriem vastgeklikt en ben met haar naar huis gereden. Ik had haar eerder, voor haar overlijden, gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn dat ze in een vergeten hoek zou worden geplaatst. Ik zou haar overal mee naar toe nemen zodat ze overal bij kon zijn, ze zou immers veel te vroeg overlijden en moest nog zoveel meemaken. Eenmaal thuis aangekomen heb ik Lisette daarom eerst maar eens tussen de kussens in de bank gezet. Eindelijk na een maand was ze weer thuis en ik  minder eenzaam.